Direct naar inhoud

    Inkomstenbelasting

    Lijfrente jaarruimte 2025: hoe je maximaal aftrekt voor pensioen

    7 minuten leestijd

    Met je jaarruimte mag je elk jaar een bedrag in een lijfrente storten en aftrekken van je inkomen. Handig voor zzp'ers en werknemers met een pensioengat. Deze gids legt de berekening uit, plus het inhalen via de reserveringsruimte.

    Deze gids gaat over je aangifte over 2025. Storten voor 2025 kon tot en met 31 december 2025. Wil je voor 2026 storten, gebruik dan de bedragen van 2026 verderop in deze gids.

    In deze gids
    1. Wat is jaarruimte?
    2. De jaarruimte-formule (2025)
    3. Voorbeeldberekeningen
    4. Reserveringsruimte: 10 jaar inhalen
    5. Welke lijfrente-producten kwalificeren?
    6. Wanneer moet je storten?
    7. Vergelijking met andere pensioenopbouw
    8. Hoe belastingaangifte.ai jaarruimte berekent
    9. Veelgestelde vragen
    10. Bronnen en controle

    Wat is jaarruimte?

    Jaarruimte is het bedrag dat je per jaar in een fiscale lijfrente mag storten en aftrekken in Box 1. Je krijgt de aftrek tegen het tarief van de schijf waarin hij valt: tussen 35,82% en 49,50% in 2025. Anders dan bij hypotheekrente en giften wordt lijfrenteaftrek in de hoogste schijf niet beperkt. Stort je € 5.000 en valt dat bedrag helemaal in de hoogste schijf, dan betaal je € 2.475 minder belasting.

    Dit is vooral handig voor:

    • Zzp'ers en eenmanszaken die geen werkgeverspensioen opbouwen
    • Werknemers met pensioengat: parttime werk, zwangerschapsverlof, baanwissel, eigen risicodragend pensioen
    • Mensen met een hoog inkomen, omdat de aftrek in de hoogste schijf 49,50% waard is
    • Wie laat begint met sparen voor het pensioen en jaren wil inhalen

    De jaarruimte-formule (2025)

    Jaarruimte = 30% × (premie-inkomen − € 18.475) − 6,27 × factor A

    Je rekent met het inkomen en de factor A van het jaar ervoor. Voor je jaarruimte over 2025 gebruik je dus je inkomen en je pensioenoverzicht van 2024.

    Het percentage stond jarenlang op 13,3%. Met de Wet toekomst pensioenen is het30% geworden, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023. Kom je die 13,3% ergens nog tegen, dan kijk je naar verouderde informatie, en dan reken je jezelf ruim de helft te arm.

    • Premie-inkomen: belastbaar loon, winst uit onderneming vóór ondernemersaftrek, resultaat uit overige werkzaamheden en ontvangen alimentatie
    • Franchise € 18.475: het stuk waarvoor de AOW al zorgt, telt niet mee
    • Factor A: je pensioenaangroei van dat jaar, van je pensioenoverzicht (UPO). Die telt maal 6,27 mee, niet één op één
    • Maximum premie-inkomen: € 137.800, alles daarboven telt niet mee
    • Maximale premiegrondslag: € 119.325 (€ 137.800 − € 18.475)
    • Maximale jaarruimte 2025: € 35.798 (30% van € 119.325, zonder pensioenopbouw)

    Voor het jaar 2026 gelden andere bedragen: franchise € 19.172, maximale premiegrondslag € 118.628, maximale jaarruimte € 35.589 en maximale reserveringsruimte € 42.753. Het percentage blijft 30%.

    Voorbeeldberekeningen

    Bij een ondernemer telt de winst vóór ondernemersaftrek mee. De voorbeelden gaan uit van het inkomen van 2024 en laten de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling buiten beschouwing bij het tarief; je werkelijke voordeel kan daardoor iets afwijken.

    Voorbeeld 1 (zzp'er, 35 jaar, € 60.000 winst, geen pensioenregeling):

    • Premiegrondslag: € 60.000 − € 18.475 = € 41.525
    • Jaarruimte: 30% × € 41.525 = € 12.458
    • Belastingbesparing tegen 37,48% (tweede schijf): ongeveer € 4.669

    Voorbeeld 2 (werknemer, 45 jaar, € 90.000 bruto, factor A € 2.500):

    • Premiegrondslag: € 90.000 − € 18.475 = € 71.525
    • 30% × € 71.525 = € 21.458, minus 6,27 × € 2.500 = € 15.675
    • Jaarruimte: € 5.783
    • Belastingbesparing tegen 49,50% (derde schijf): ongeveer € 2.862

    Dit voorbeeld laat meteen zien waarom werknemers met een goede pensioenregeling weinig of geen jaarruimte hebben: factor A telt maal 6,27 mee.

    Voorbeeld 3 (DGA, 55 jaar, € 120.000 bruto, geen werknemerspensioen):

    • Premiegrondslag: € 120.000 − € 18.475 = € 101.525
    • Jaarruimte: 30% × € 101.525 = € 30.458
    • Belastingbesparing tegen 49,50%: ongeveer € 15.076

    Reserveringsruimte: 10 jaar inhalen

    Heb je in vorige jaren je jaarruimte niet (volledig) benut? Dan kun je die via de reserveringsruimte tot 10 jaar terug alsnog inhalen, krachtig voor wie laat begint met pensioensparen. Ook dit is met de Wet toekomst pensioenen verruimd; het waren 7 jaar.

    • Maximaal € 42.108 (2025) over die 10 jaar samen
    • De vroegere leeftijdsgrens (een veel lager maximum onder de 60) is vervallen
    • Je mag de ruimte gebruiken tot 5 jaar ná je AOW-leeftijd
    • In je aangifte over 2025 tellen de onbenutte jaarruimtes van 2015 tot en met 2024 mee

    Voorbeeld inhaal: Maaike (52) is zzp'er met € 70.000 winst en heeft de afgelopen 10 jaar nooit gestort. Haar onbenutte jaarruimte uit die jaren is samen meer dan € 10.000, dus ze heeft reserveringsruimte. Haar aftrek over 2025:

    • Jaarruimte 2025: 30% × (€ 70.000 − € 18.475) = € 15.458
    • Uit haar reserveringsruimte: € 10.000 (zij kiest dit bedrag; het maximum is € 42.108)
    • Totaal gestort en afgetrokken: € 25.458
    • Tegen 37,48% (dit valt bij haar in de tweede schijf): ongeveer € 9.541 minder belasting

    Wil je het precies weten? De Belastingdienst heeft een hulpmiddel om je jaarruimte en reserveringsruimte uit te rekenen met je eigen factor A; je vindt het op belastingdienst.nl door te zoeken op "jaarruimte berekenen".

    Welke lijfrente-producten kwalificeren?

    Drie hoofdsoorten:

    1. Banksparen lijfrente: bij bank (Brand New Day, NIBC, Centraal Beheer), beleggingsproduct of spaarrekening met fiscaal kader
    2. Beleggingslijfrente: via beleggingsfonds of broker (Meesman, Brand New Day, Easy Beleggen), meer risico maar hoger verwacht rendement
    3. Verzekeringslijfrente: bij verzekeraar (Aegon, Centraal Beheer, NN), gegarandeerd rendement maar lage rente

    Productvereisten:

    • Het geld komt terug als periodieke uitkering; afkopen kan, maar dan betaal je inkomstenbelasting over de afkoopsom en vaak ook revisierente
    • De uitkering gaat uiterlijk 5 jaar na je AOW-leeftijd in
    • De uitkering wordt belast in box 1; na je AOW-leeftijd is het tarief vaak lager dan toen je stortte

    Wanneer moet je storten?

    Je trekt de premie af in het jaar waarin je hem betaalt. Voor 2025 moest het geld dus uiterlijk 31 december 2025 betaald zijn; die datum is voorbij. Voor 2026 is de uiterste datum 31 december 2026. Aanbieders hebben vaak een eerdere datum voor hun verwerking; vraag die op tijd na.

    Tip: reken eerst je ruimte uit voordat je stort. Stort je meer dan je mag aftrekken, dan is dat teveel niet aftrekbaar en meestal ook niet zomaar terug te krijgen. Vraag bij je aanbieder wat zij in dat geval doen.

    Heb je je jaarruimte niet helemaal gebruikt? Dan schuift het onbenutte deel door als reserveringsruimte, die je de komende 10 jaar nog kunt gebruiken.

    Vergelijking met andere pensioenopbouw

    OptieAftrekRisicoGeschikt voor
    Lijfrente (Box 1)Direct, 35,82-49,50%Beperkt door productIedereen met jaarruimte
    Werkgever-pensioenWerkgeverspremie aftrekbaarPensioenfonds-risicoWerknemers
    Spaargeld Box 3Geen aftrekGeen marktrisico (€ 57k vrijstelling)Vermogenden
    Beleggen Box 3Geen aftrekMarktrisicoLange horizon

    Voor veel werkenden is een lijfrente fiscaal aantrekkelijker dan sparen in box 3: de inleg is aftrekbaar tegen 35,82% tot 49,50%, het geld valt niet in box 3, en de uitkering valt later vaak in een lager tarief. Daar staat tegenover dat je pas rond je AOW-leeftijd bij het geld kunt.

    Hoe belastingaangifte.ai jaarruimte berekent

    In je aangifte over 2025 vragen we naar je inkomen en je pensioenopbouw. We:

    • Berekenen je jaarruimte volgens de formule
    • Tonen je reserveringsruimte als we je eerdere jaren kennen
    • Laten zien tot welk bedrag een storting aftrekbaar is en tot wanneer je kunt storten
    • Rekenen uit hoeveel belasting een storting scheelt

    Veelgestelde vragen

    Bronnen en controle

    De bedragen en regels in deze gids zijn op nagekeken aan de hand van deze bronnen:

    Dit is algemene uitleg, geen persoonlijk advies. De voorbeelden zijn vereenvoudigd. Regels en bedragen veranderen elk jaar; reken je eigen situatie na of laat dat doen.

    Bekijk ook

    Klaar om je aangifte te doen?

    Upload je documenten en laat de A.I. meerekenen. Jij controleert elk bedrag voordat je indient.

    Je eerste btw-aangifte is gratis (t.w.v. € 18) als je je vóór 1 februari 2027 aanmeldt. Daarna betaal je pas bij het doorrekenen. Geen abonnement.